Drie patronen van Jezus’ bediening die ons tonen hoe we moeten leiden

Omdat we geloven dat God wil dat we de hele kerk gebruiken om de hele wereld te bereiken, puzzelen we er over waarom het zo moeilijk lijkt om meer van onze mensen te mobiliseren in meer bediening. Het is verleidelijk om je af te vragen: wat is er verkeerd met deze mensen? Maar ik vermijd die focus op anderen liever en kijk in plaats daarvan naar ons, hun leiders. Wat geloven we en wat modelleren we?

De Bijbel als onze ene en enige bron voor de ware leer is ook een Boek van patronen. Hij ontsluit geestelijke manieren (als tegenovergesteld aan natuurlijke middelen) van Gods Koninkrijk. Doctrines leren ons wat we moeten geloven; patronen laten ons zien hoe we moeten leven – en leiden. Mag ik jou een paar patronen laten zien die ons helpen de hele kerk in te schakelen? In de jaren dat ik voorganger was bezocht pakweg 75 procent van de volwassenen kleine groepen die ‘vermenigvuldigden’ toen ze waren gegroeid tot 13 mensen, dus een heleboel mensen waren groepsleider of assistent-groepsleider. We stichtten 37 afzonderlijke plaatselijke kerken – bijna twee per jaar in de 22 jaar dat ik voorganger was. Hier volgen drie patronen die ik probeerde te kopiëren van Jezus’ bediening (en ook vragen die ik mijzelf stelde) om ons te helpen iedereen in een bediening te krijgen.

(1) Jezus geloofde in degenen die in Hem geloofden

Hij vertrouwde erop dat zij tenslotte konden doen wat Hij deed (Johannes 14:12). Als echo van de profetie van Jesaja dat God transformeert ‘De kleinste zal tot duizend worden en de minste tot een machtig volk;’ (Jesaja 60:22), zei Jezus dat ‘de minste in het Koninkrijk der hemelen, groter is dan hij (Johannes de Doper).’ (Matteüs 11:11). Hun persoonlijke getuigenis zou zo overtuigend zijn dat buren en vrienden ook een glimp konden zien van een mogelijke toekomst van God aan het werk in hen. Jezus geloofde dat de kracht van het evangelie er niet alleen was om de mensen te redden van de kracht van de zonde, maar ook om hen te transformeren in een ‘Koninkrijk van priesters’ (Openbaring 1:5-6), elk van hen zou over de voortreffelijkheden kunnen spreken van Degene die hen uit de duisternis riep (1 Petrus 2:9). Is mijn geestelijke opdracht om al uitgebalanceerde/volwassen leiders op te sporen, of wordt er van mij verondersteld om iedereen te herstellen en te trainen (toe te rusten) voor meer bediening (Ef. 4:11-16).

Patroon: geloof in het bedieningspotentieel van alle gelovigen – zelfs van degenen (zoals ik) die nog een lange weg te gaan hebben.

(2) Jezus bleef niet bij degenen die alleen maar wilden dat Hij bleef

Hij richtte zich op het evangelie brengen naar meer mensen en plaatsen. De menigten genoten van Jezus’ bediening, maar ze wilden dat Hij bij hen bleef. Ze begrepen niet altijd zijn intentie om zich te verplaatsen. De enige manier dat mensen konden genieten van dicht bij Jezus zijn was door met Hem mee te reizen om anderen te bereiken (Lucas 4:42-44). Daarom zei Hij steeds ‘Volg Mij’. Jezus beloofde alleen bij zijn discipelen te blijven nadat Hij hen had geïnstrueerd ‘Ga dan heen, onderwijs al de volken’ (Matteüs 28:19-20). Vanaf het begin waarschuwde Hij zijn discipelen dat Hij geen vaste verblijfplaats had (Matteüs 8:20): in plaats daarvan had Hij een blijvende opdracht (zalving) om goed te doen en hen te genezen die werden onderdrukt door de duivel (Handelingen 10:38). Ware christelijke gemeenschap is niet een regelmatig de op een schema staande samenkomst; het is een periodieke ontmoeting met gelovigen die ook een bediening hebben om verhalen en inzichten uit de bediening uit te wisselen. Volg ik het
patroon van Jezus’ gemeenschap? Besteed ik het meeste van mijn tijd met mensen die alleen bediening ontvangen, of met degenen die ‘gaan’ en voor anderen doen wat ik voor hen deed?

Patroon: Bied hechte relaties aan mensen die zich geven in bedieningen, meer dan aan mensen die bediening ontvangen.

(3) Jezus zond zijn volgelingen

Zijn tijd was kort, dus Hij volgde het ‘Masterplan’ om zijn discipelen uit te zenden zonder Hem. Vanaf het begin trainde en onderwees Hij hen om er op uit te gaan. In feite nodigde Hij de discipelen uit om ‘met Hem te zijn’ teneinde hen ‘uit te zenden’ (Marcus 3:13-15). Hij bad niet dat er meer leiders naar Hem zouden worden gezonden. Jezus bekeerde veel meer dan zondaarszielen; Hij transformeerde hun hele levensrichting en doel (Lucas 5:8-11). Gezonden worden voor bediening naar anderen is een cruciaal kenmerk van een Jezus-volgeling. Net zoals iedereen capabel is door Gods kracht rechtvaardiger te worden in hun gedachten en daden, kunnen ze ook beter en beter worden in de bediening naar anderen toe. Ben ik trouw om te communiceren dat alle volgelingen van Christus in de bediening zullen worden ingelijfd? Ben ik een mentor die hen daarvoor tenslotte klaar maakt – of een performer die zelf het meeste van de bediening op zich neemt?

Patroon: Zend mensen in de bediening-zonder-mij en bediening-weg-van-mij, omdat dat altijd al het plan is geweest.

Daniel A. Brown
(Vertaling Jan Radder)