Toen Margret (55) de Groot, lid van Rafaël Gemeenschap Rivierenlanden, van haar zus hoorde dat die wilde gaan helpen bij de vluchtelingen op het Griekse eiland Lesbos, wist ze meteen: dat wil ik ook. Margret: ‘Ik wilde daadwerkelijk iets doen. Je hoort het allemaal wel, maar je kunt het je niet echt voorstellen.’ Nog meer familieleden sloten zich aan en er ontstond een groep van zeven vrouwen. Gekozen werd voor de (niet-christelijke) organisatie Because We Carry. Via die stichting wordt elke week een team van zeven mensen naar Lesbos gestuurd, ‘die onmacht omzetten in daadkracht’. 

De reis en de maaltijden waren voor eigen rekening! De groep sliep (gratis) in het teamhuis van ‘Because we Carry’.

Bemoediging
Margret en haar dochter Nina (19) die ook meeging, kregen in de dienst van Rafaël Rivierenland in Giessenburg van de zondag daarvoor een fijne bemoediging in de vorm van een lied van Jenn Johnson, ‘For the One’. Daarin komen de volgende regels voor: ’So that when they look in my eyes, they would see You. Even in just a smile they would feel the Father’s love.’ (Zodat wanneer ze mij in de ogen zien, dan zien ze U. Zelfs alleen maar in een glimlach zullen ze de liefde van de Vader kunnen ervaren).  Dát zou de groep moeten uitstralen, want de deelnemers waren er op voorbereid dat het niet een reis zou worden waarin het evangelie met de mond zou kunnen worden uitgedragen. Wel met daden!

Op 18 januari stapte de groep in het vliegtuig. De volgende dag zagen ze de rauwe werkelijkheid van het vluchtelingenprobleem.  Ze konden aan de slag in Campus Kara Tepe, het kleinste van de twee vluchtelingenkampen op Lesbos (het andere, grootste, kamp is Kamp Moria).  ‘Kara Tepe is voor gezinnen die meer zorg nodig hebben, gezinnen met kinderen of gehandicapten. En dat zag er best wel oké uit. De mensen wonen in containerhuisjes. Het is daar iets meer georganiseerd. Vanuit Kamp Moria kun je daar terechtkomen en dan heb je het iets beter.’

Mouwen opstropen en verschil maken
Maar wat kun je in een week? Letterlijk je mouwen opstropen en verschil maken voor de 1200 moeders, vaders en kinderen die gevlucht zijn voor oorlog en conflict en die tijdelijk in een soort containerhuisjes leven. ‘Toch best wel primitief. Als je geluk hebt zit je met twee of drie in een huisje, met staplelbedden, maar het kan ook wel me acht of negen zijn’, zegt Margret.

De deelnemers aan de reis mochten van de organisatie kiezen wat ze wilden gaan doen. Het motto was: rouleren en elkaar afwisselen. ‘Dus je was eigenlijk de hele dag wel bezig. Ja, daar gingen we ook voor. In een loods hebben we ook nog kruiken en mutsen ingepakt voor Kamp Moria.’

De dag begon met het ontbijt klaarmaken en uitdelen.   Waar bestond het ontbijt uit? ‘Ze kregen ieder een banaan. Als ze met z’n vieren in een huisje wonen kregen ze een zak met een aardappel en vier kleine puntjes kaas. En een baguette of een croissantje. Als je met vijf personen bent heb je geluk, dan krijg je twee pakketjes. Dat aten ze in hun eigen huisje op.’’ ‘Ze hadden ook oventjes gemaakt en daar kookten ze buiten op. Het is te gevaarlijk om op gas in de huisjes te koken. Dus dat deden ze veel buiten. En langs de weg zochten ze sprokkelhout om het oventje te stoken.’

‘De rest van de dag ben je sociaal bezig. Sommige vluchtelingen waren vrijwilliger daarvoor kregen ze geen salaris, maar wel dingen in natura. Dan kunnen ze bijvoorbeeld een fiets huren. Ook kunnen ze voor kapper leren, waarvoor ze een certificaat krijgen. Dan kunnen ze in de toekomst dat werk gaan doen.’  Er zijn activiteiten voor de vrouwen en de kinderen en Sportactiviteiten. ‘Het is een soort minidorp.  ‘Zeventig procent van de kampbewoners komt uit Afghanistan. In Turkije krijgen ze voor de mensen uit Syrië geld van de Europese Unie, dus die willen ze daar wel houden. En de Afghanen laten ze veel gemakkelijker de oversteek maken.’

‘Jullie team vergeet ik nooit meer’
Dat het geen christelijke organisatie was, wil dus niet zeggen dat er helemaal niets kon worden gecommuniceerd. ‘Daarom was dat lied zo mooi: ‘Zodat wanneer ze mij in de ogen zien, dan zien ze U’. Dat het ook bij ‘Because We Carry’ was opgevallen dat dit een team met een bijzondere missie was, blijkt uit het volgende berichtje: ‘Jullie weekteam ga ik nooit meer vergeten en jullie komen hier nog steeds ter sprake. Bijzondere week, zo’n fijn team.’   ‘Ze vroegen ook wel eens: zijn jullie van een kerk? ‘Een van ons team kon op het laatst wel nog iets zeggen. Er kwam er een man bij het sporten naar haar toe en die liet een certificaat zien dat hij gedoopt was. Die was dus christen en met die man heeft ze kunnen bidden. Dat was heel bijzonder.’

Blijft het bij deze reis? Margret: ‘Het ‘kriebelt’ al wel. Maar dan zal ik toch liever met een christelijke organisatie gaan.’

Jan Radder